Reisverslag van kunsthistoricus Wout Buijs over zijn sponsorloop naar Santiago de Compostela. (Deel 5) Reviewed by Momizat on . In dit Hallo nummer beschrijft Wout Buijs de 25de tot 31ste dag van zijn sponsorloop naar Santiago de Compostela die hij in samenwerking met de Lions Club organ In dit Hallo nummer beschrijft Wout Buijs de 25de tot 31ste dag van zijn sponsorloop naar Santiago de Compostela die hij in samenwerking met de Lions Club organ Rating: 0
You Are Here: Home » Gratis Artikelen » Reisverslag van kunsthistoricus Wout Buijs over zijn sponsorloop naar Santiago de Compostela. (Deel 5)

Reisverslag van kunsthistoricus Wout Buijs over zijn sponsorloop naar Santiago de Compostela. (Deel 5)

Reisverslag van kunsthistoricus Wout Buijs over zijn sponsorloop naar Santiago de Compostela. (Deel 5)

In dit Hallo nummer beschrijft Wout Buijs de 25de tot 31ste dag van zijn sponsorloop naar Santiago de Compostela die hij in samenwerking met de Lions Club organiseerde ten behoeve van Centro Doble Amor, een tehuis voor mensen met een geestelijke handicap zoals het syndroom van Down.

Op de 25ste dag passeert Wout o.a. een gedenksteen voor een overleden caminopelgrim waar de ontroerende tekst “The boat is safer anchored at the port; but that’s not the aim of boats” opstaat van een jongen van nog geen 17 jaar. De camino valt Wout opnieuw soms erg zwaar. Daar komt bij dat hij op een gegeven moment kan kiezen uit 2 verschillende trajecten, waarbij hij het aanbevolen traject kiest, waarmee de toch al lange etappe met nog eens 6 kilometer wordt uitgebreid en hij uiteindelijk 38 kilometer aaneen heeft gelopen.

DAG 25: Foncebadón – Ponferrada
Na een uur of 2 lopen word ik verrast door het Cruz de Ferro. Hier ligt een reusachtige berg stenen waarop een boomstam met op de top een ijzeren kruis staat. De caminogangers leggen hier een steen neer die symbolisch staat voor de lasten die ze met zich meedragen en hier vervolgens achterlaten. Zoals ik al schreef werd ik verrast door het feit dat hier het Cruz stond, dit betekende dat ik geen steen bij me had. En in de wijde omgeving is geen steen meer te vinden. Dus heb ik hem maar in gedachte neergelegd. En nu maar hopen dat dit ook werkt.
De camino is hier trouwens op zijn grootste hoogte gelegen, namelijk ruim 1500 meter met een prachtig uitzicht op het Cantabrisch gebergte.
Ik passeer in Manjarin een merkwaardige herberg. Als je aan komt lopen begint de herbergier een grote klok te luiden. Volgens een opschrift is het een gebouw wat gewijd is aan de Orde van de Tempeliers. Verder bestaat Manjarin alleen maar uit vervallen huizen.
Later op de dag zie ik weer een gedenksteen voor een overleden caminopelgrim. Een jongen van nog geen 17 jaar. Er staat een ontroerend tekst op. ‘The boat is safer anchored at the port; but that’s not the aim of boats.’
De camino is overigens soms weer erg zwaar. Niet alleen veel stijgen en dalen, maar het pad zelf is soms erg moeilijk begaanbaar door de enorme hoeveelheid breukstenen die erop liggen.
En ik heb ook nog eens de strop dat ik aan het einde van de route kan kiezen uit 2 verschillende trajecten. Ik kies het aanbevolen traject, niet wetende dat daarmee de toch al lange etappe met nog eens 6 kilometer wordt uitgebreid. Uiteindelijk heb ik 38 kilometer gelopen.
Als ik aankom in Ponferrada word ik beloond met een stadsbeeld overheerst door het enorme kasteel van de Tempeliers.

DAG 25: Ponferrada – Villafranca del Bierzo
Onderweg ontmoet ik Beth die als docente aan een High School in Washington DC werkzaam is. Ze vertelt dat ze de camino samen met haar dochter loopt. Aangezien we beiden ongeveer hetzelfde tempo van lopen hebben, lopen we een tijdje samen. Ze vertelt dat ze haar onderwijsbaan als erg zwaar beschouwd en het liefst als yogalerares verder wil. En dat haar zelfs in Spanje een baan is aangeboden. Maar ze twijfelt, ze vindt dit toch wel een heel grote stap. Ik vertel haar van mijn eigen overstap van Nederland naar Spanje, ook ik worstelde in het begin met het idee dat ik nogal wat schepen achter me moest verbranden. Maar dat ik achteraf van mijn beslissing geen spijt heb.
Later op de dag ontmoet ik haar dochter Mia met wie ik ook een tijdje meeloop.
Bierzo is een bekend wijngebied met hele mooie wijnen. Het gebied heeft een uitstekend microklimaat voor wijnproductie. De tocht gaat dan ook voor een groot deel door wijnvelden.
De dagtocht eindigt in Villafranca del Bierzo bij een romaanse kerk met een mooi portaal waaraan tot mijn grote verbazing alle medewandelaars zonder op of om te kijken aan voorbijgaan.

DAG 27: Villafranca del Bierzo – O Cebreiro
Vandaag laten we de provincie Leon achter ons en gaat de tocht verder door Galicië. In korte tijd verandert het landschap totaal. Overal bossen met loofbomen. Eiken, beuken, paardenkastanjes, tamme kastanjes, essen, populieren. Alles in en in groen. Hier valt overduidelijk meer regen dan op de Meseta waarover ik de afgelopen dagen heb gelopen. De camino leidt naar steeds grotere hoogten en geeft een weids uitzicht over de uitlopers van het Cantabrisch Gebergte.
De laatste 8 kilometer zijn erg zwaar. Het pad stijgt van ongeveer 600 naar 1300 meter. Een stijgingspercentage van bijna 10%. En de temperatuur zit ook niet mee. Maar liefst 35 graden. Ik besluit in La Faba, dat is halverwege de helling, te stoppen en daar morgenochtend als het een stuk koeler is de draad weer op te pakken.
Hier ontmoet ik Beth en Mia weer en natuurlijk Ada die op me zit te wachten. We eten en drinken gezamenlijk wat. En ook is weer het nodige te bespreken.

DAG 28: La Faba – O Cebreiro – Triacastela
Ik start in La Faba waar ik gisteren ben gestopt vanwege de hitte om alsnog de weg naar O Cebreiro te nemen, die erg steil omhooggaat. Het is nu veel koeler dan gisteren en dat maakt het een stuk gemakkelijker.
O Cebreiro is slechts een gehucht maar is in de geschiedenis van Galicia en de Camino de Santiago heel belangrijk.
In O Cebreiro was Elías Valiña een pastoor die in het begin van de jaren tachtig het initiatief nam om de Camino de Santiago te laten herleven. De kennis van de exacte route was geheel verloren gegaan. En hij wist met vrijwilligers de gehele route weer te herontdekken. Het moet een monnikenwerk geweest zijn om de 900 kilometer lange weg die al lang vergeten was te reconstrueren. Hij was ook de uitvinder van de gele pijl die iedere peregrino nu op de camino volgt. Er staat in het dorp een standbeeld van de man.
In O Cebreiro vond in de 14e eeuw een wonder plaats. De plaatselijke priester die de mis las had slechts één gelovige in zijn kerk. Er was op dat moment een barre sneeuwstorm. Hij minachtte de man die in zijn ogen zo dwaas was geweest om de lange steile weg van La Faba naar O Cebreiro te wandelen voor slechts een mis. Hij zei letterlijk: wie komt er onder deze omstandigheden voor een beetje brood en wijn naar de kerk. Op dat moment veranderde het brood en de wijn tijdens de eucharistie in vlees en bloed. Het vlees en bloed van Christus. Dit wonder was voor de katholieke kerk één van de bewijzen die zouden leiden tot de leerstelling dat tijdens de mis brood en wijn in het lichaam en bloed van Christus veranderen. De kerk van O Cebreiro waarin dit wonder plaatsvond is overigens de oudste kerk aan de camino en in deze kerk zijn ook nog de kelk en patena te zien die van het wonder getuigen.
In O Cebreiro is ook een openluchtmuseum waar een prachtig soort woningen, de palozza’s, zijn te zien. Een palozza is een ronde woning met slechts een deur en geen ramen. Het dak is met roggestro bedekt. Dit type woning was tot in de 20e eeuw in deze streek in gebruik. Ze stammen oorspronkelijk af van Keltische woningen uit de 6e eeuw voor Christus.

DAG 29:Triacastela – Sarria
De camino leidt ons vandaag verder Galicia in. Wat het wandelen hier zo aangenaam maakt is dat de paden kronkelend verlopen door een mooi groen landschap. Was het lopen in de Meseta soms wat saai door de lange, rechte paden in een bijna verlaten wereld, in Galicia is dat dus niet het geval. Steeds kom je weer bij een nieuw dorp aan. Het ene moment is het een vergezicht dan weer een smal pad. Dan weer een bos met varens onder de bomen. Vervolgens weer weilanden met daarin het Galicisch rundvee, leverancier van vlees van fantastische kwaliteit. En dan weer een gehucht. Wat wel opvallend is, is dat de binnenlanden van Galicia niet erg welvarend zijn. Dat blijkt uit allerlei zaken. De huizen zijn vaak vervallen en slecht onderhouden. Levert voor toeristen natuurlijk idyllische plaatjes op maar comfortabel wonen is het zeker niet.
Dat de prijzen in restaurants, barretjes en cafés erg laag zijn duidt erop dat de inkomens laag zijn.
Gasten in deze etablissementen komen vaak televisie kijken – op dit moment naar het wereldkampioenschap voetbal – zonder iets te gebruiken of bestellen slechts een flesje water.
Winkels zijn erg klein en het assortiment erg beperkt. Een schril contrast met het centrum van een stad als Lugo in datzelfde Galicia, waar je luxe winkels en restaurants aantreft. Maar kom je in de buitenwijken dan zie je daar hetzelfde beeld.
Een oorzaak is dat ruim 30% van de bevolking afhankelijk is van kleinschalige landbouw zoals vroeger keuterboertjes in Nederland. In een moderne economie is de marge van dit soort bedrijven minimaal en zijn ze nauwelijks levensvatbaar. Hetzelfde geldt voor de omvangrijke kleine middenstand.
Misschien had ex-premier Rajoy in plaats van registrador van onroerend goed in Santa Pola te worden – tegen een riante maandelijkse vergoeding van 14.000 euro – zich beter in kunnen zetten voor de economische vooruitgang in Galicia.
Aan het eind van de dag hebben we het nabijgelegen kloostercomplex van Samos bezocht. Een enorm complex in verschillende stijlperioden gebouwd: gotiek, renaissance en barok. Vooral imposant was de dubbele kloostergang, een gotisch en een renaissance kloostergang.

DAG 30 Sarria – Portomarín
Vanuit Sarria loop ik onmiddellijk door het prachtige Galicische landschap over een corredoira, een middeleeuwse landweg breed genoeg om met paard en kar over te kunnen reizen. Dan begint het plotseling gigantisch te regenen. Het water valt met bakken tegelijk naar beneden. Het gebeurt op het moment dat ik vanaf de corredoira net langs een asfaltweg loop. Ik besef dat de laptop en fotocamera die ik in mijn rugzak heb niet droog blijven. Ik bel Ada die gelukkig in de buurt is. Ze is er binnen
een kwartier. Ik ben onmiddellijk achter in de auto gaan zitten om mijn kostbare spullen uit de rugzak te halen. Maar het was al te laat. Toen ik de laptop openmaakte zat er al water in. Hetzelfde gold voor de fotocamera. Beiden geheel afgedroogd. Maar toen ik de camera inschakelde reageerde hij nergens meer op. Einde oefening voor de camera. Een ramp, want het was een voor mij kostbaar bezit. De laptop deed het gelukkig nog wel. Daarna weer mijn wandeltocht van de dag opgepakt.
Al spoedig haalde ik Philip en vrienden in. Ze liepen ingepakt in poncho’s.
De camino veranderde weer in een enorme modderpoel. De stemming was gedaald tot nul, dus toen maar een grapje gemaakt. Ik zei tegen Philip dat ik dacht dat hij uit Zwitserland kwam, maar meer leek op Quasimodo uit Parijs, met die enorme bochel op zijn rug. Toen vlogen de bijnamen ons om de oren. Philip bleek al Grumpy Philip te heten, Elisabeth uit Australië de Tasmanian Devil. En toen kwam mijn bijnaam weer ter sprake, Rocketman. Al een paar weken terug toen ik nog samen met Christine liep, hadden wij met zijn tweeën onbewust een reputatie verworven. Wij houden allebei van stevig doorlopen.
Net na Christine’s vertrek werd ik aangesproken met de mededeling: “You both saved our lives”. Meerdere mensen hadden toen in onze slipstream gelopen omdat wij in hun ogen de weg zo goed kenden. Hij zei dat ze alleen uitgeput in Burgos waren aangekomen omdat wij zo hard liepen. Vanaf dat moment werden wij rocketman en rocketwoman genoemd.
Tot mijn grote verbazing kende Philip en vrienden dit verhaal ook.
Gelukkig klaarde het vroeg in de middag weer op. En was het verder weer aangenaam lopen. In Portomarín werd ik verrast door een bijzonder romaans kerkje, de San Nicolas. Het was een kerk met aan de top van de gevel de kantelen van een kasteel. Apart, nooit eerder gezien. Het had maar liefst 3 portalen met sculpturen.
Dit kerkje stond vroeger elders, een kilometer verderop. Daar ligt nu een stuwmeer. De kerk werd steen voor steen verplaatst net als een aantal andere historische gebouwen in Portomarín. De Capilla de las Nieves in Portomarín is ook uniek met een merkwaardige toegang namelijk een heel hoge brug.
DAG 31: Portomarín – Palas de Rei
Wat zowel gisteren als vandaag opvalt is dat het aantal wandelaars enorm is toegenomen. Iemand die de laatste 100 kilometer wandelt krijgt een diploma alsof hij of zij de gehele route van de Camino vanaf de Pyreneeën heeft gelopen. Voor fietsers geldt dat zij de laatste 200 kilometers moeten hebben gefietst. Het leidt tot soms enigszins potsierlijke toestanden. Barretjes en restaurantjes die klanten proberen te lokken met de mededeling dat je daar een stempel kunt krijgen voor in het paspoort. Je ziet mensen aankomen rustig pendelend op een E-bike. Taxi’s die heen en weer pendelen. Er rijdt zelfs een bus pendeldienst langs de route.
Over diploma-inflatie gesproken. Wie houdt wie nu voor de gek.
Philip die ik tegen kom maakt zijn reputatie van grumpy Philip weer waar. Hij moppert: “we zijn vies, stinken, ongeschoren, vermagerd en zien er niet meer uit. Die nep perigrinos hebben nieuwe, schone kleren, schoenen en rugzakken.
En die krijgen toch een pelgrims oorkonde.”
Maar na een uurtje lopen merk je van de drukte niet veel meer. De dag route is lang, loop je snel door dan laat je snel de massa achter je en is het weer rustig.
Het Galicische landschap blijft fantastisch om doorheen te wandelen. Het doet mij herinneren aan het gematigde regenwoudklimaat in British Columbia en Ierland. Bomen begroeid met mossen, de muurtjes langs de wegen ook helemaal overdekt met mos, gras en andere planten. En heel veel vingerhoedskruid…

Leave a Comment

Current ye@r *

Copyright © 2018 Hallo Online. All Rights Reserved.

s2Member®
Scroll to top